Vroegeinterventie

Direct aanmelden voor een quickscan Meer »

Quickscan

Direct aanmelden voor een Quickscan door een revalidatiearts Meer »

Partners Vroege Interventie

Het VI-centrum bij u in de buurt. Meer »

Arbeidsrevalidatie

Arbeidsrevalidatie kan een eerste stap betekenen op de weg (terug) naar werk. Meer »

Persoonlijke aanpak

Wij spreken cliënten aan op hun eigen verantwoordelijkheid en gaan uit van hun mogelijkheden en niet van hun beperkingen. Meer »

 

Vergoeding kosten 2018

Vergoeding medisch specialistische revalidatiebehandeling

Een verwijzing is noodzakelijk: Voor behandeling heeft u een verwijzing van de bedrijfsarts, huisarts, specialist ouderengeneeskunde of medisch specialist nodig als u wilt dat deze wordt vergoed door uw zorgverzekeraar. Zonder geldige verwijzing kan het zijn dat u de behandeling zelf moet betalen of dat u pas behandeld wordt als u de juiste verwijzing heeft. U bent hiervoor zelf verantwoordelijk. Een verwijzing is, na afgifte, een jaar geldig.

Financiële gevolgen: Zorgverzekeraars vergoeden een groot deel van de kosten van behandeling. U betaalt echter altijd een verplicht eigen risico. Heeft u zorg nodig die niet onder de basisverzekering valt, dan kan het zijn dat u een deel van de rekening zelf moet betalen. Dit is afhankelijk of u naast de basisverzekering ook nog een vrijwillig aanvullende verzekering heeft afgesloten. Ook als uw zorgverzekeraar geen contract heeft met revalidatiecentra moet u mogelijk een deel van de kosten zelf betalen. Dit is afhankelijk van welke polis u hebt afgesloten bij uw zorgverzekeraar. De zorg die Vroege Interventie verleent, valt onder de basisverzekering.

Zoals bij alle specialistische zorg is op de vergoeding van onze programma’s (diagnostiekfase en revalidatiefase) de eigen risico regeling van toepassing. Er wordt dus een aanspraak gemaakt op uw eigen risico. Er kan door de zorgverzekeraar dus aanspraak worden gemaakt op het eigen risico, voor zover dit nog niet is verbruikt. Wanneer de behandeling van u zich uitstrekt over twee verschillende kalenderjaren, bestaat de mogelijkheid dat de verzekeraar voor beide jaren het eigen risico aanspreekt. Afhankelijk van de verzekeringspolis kan het zijn, dat het eigen risico wordt aangesproken. Zijn de financiële consequenties van het behandelplan compleet, duidelijk en vooraf weergegeven door uw bedrijfsarts en werkgever?

Vergoeding medisch specialistische revalidatiebehandeling: Op grond van de Zorgverzekeringswet dient elke zorgverzekeraar een poliklinische revalidatiebehandeling te vergoeden. Deze vergoeding valt onder de basis zorgverzekering, die iedere Nederlander heeft. U hoeft hiervoor dus geen aanvullende verzekering of speciale polisvoorwaarden te hebben.

Vroege Interventie partners kunnen voor zorg gerelateerde producten alleen declareren bij de zorgverzekeraar als er een persoonlijke AGB code wordt opgegeven.

U verwijst naar zorg die onder de basis zorgverzekering valt. Wettelijk is bepaald dat u als verwijzer een geldige AGB code moet hebben, die bij uw huidige werksituatie past. U bent zelf verantwoordelijk voor de juistheid van uw AGB registratie bij Vektis.

U kunt uw huidige registratie opzoeken op www.agbcode.nl of www.vecozo.nl.

Een AGB-code uit een niet meer bestaand dienstverband of anderszins niet meer geldende werksituatie, dient te worden aangepast en wordt niet geaccepteerd. Dit leidt tot onherroepelijke afwijzing door de zorgverzekeraar.

Als deze AGB-code niet aanwezig is kan onder supervisie van een andere arts met geldige AGB code verwezen worden. Deze supervisor dient de aanmelding mede te ondertekenen, anders kunnen de Vroege Interventie partners de aanmelding niet in behandeling nemen. Deze verplichting komt voort uit: ‘certificering declaraties van revalidatiecentra voor zorgverzekeraars’

de zorgverzekering. Het verplichte eigen risico gaat in op de dag dat u 18 jaar wordt. In 2018 heeft de overheid het verplicht eigen risico vastgesteld op € 385 Dit betekent dat u per kalenderjaar de eerste € 385 aan zorgkosten die onder de basisverzekering vallen, zelf moet betalen. Naast dit verplichte eigen risico kunt u vrijwillig kiezen voor een aanvullend hoger eigen risico. Er kan door uw zorgverzekeraar dus een aanspraak worden gemaakt op uw eigen risico, voor zover u dit nog niet heeft verbruikt. Zonder uw toestemming wordt nooit gestart met de behandeling.

 Vrijwillig aanv 

logo_verzekeraars

Wettelijk geregelde vergoeding: Partners van het landelijk netwerk Vroege Interventie revalidatiezorg zijn wettelijk erkende revalidatiecentra. Voor de poliklinische revalidatiezorg die de Vroege Interventie partners leveren, is wettelijk geregeld dat uw zorgverzekeraar deze uit de basis zorgverzekering vergoedt. De prijs voor de behandeling is door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) bepaald. Deze wettelijk erkende revalidatiecentra hebben daar niets zelf over te zeggen.

Verplicht eigen risico: Iedereen van 18 jaar en ouder betaalt een verplicht eigen risico voorullend eigen risico: Naast het verplichte eigen risico bieden zorgverzekeraars ook de mogelijkheid om te kiezen voor een vrijwillig aanvullend eigen risico. Een aanvullend eigen risico kunt u ophogen met €100, €200, €300, €400 en €500. Dit betekent dat het verplichte en het vrijwillig aanvullend eigen risico samen op kunnen lopen tot € 885 afhankelijk van de keuze die u hebt gemaakt.

 Hoe wordt het eigen risico verrekend? Het revalidatiecentrum stuurt de nota van uw behandeling en/of consult rechtstreeks naar uw zorgverzekeraar. Het eigen risico wordt door de zorgverzekeraar naderhand bij u in rekening gebracht. De zorgverzekeraar kijkt naar het jaar waarin de behandeling gestart is om te bepalen of u (nog) een eigen risico verschuldigd bent. Dus als uw behandeling in 2017 start en in 2018 eindigt, dan ontvangt u in 2018 bericht dat uw zorg nota is betaald door uw zorgverzekeraar. Er vindt dan een verrekening plaats met het (nog openstaande) eigen risico van 2017. Vindt er in 2018 een vervolgbehandeling plaats, dan kan dit gevolgen hebben voor het eigen risico van 2018.

Kosten berekening behandeling: Als u in behandeling bent, wordt niet elke handeling afzonderlijk berekend. Het declareren van uw behandeling gebeurt via zogenoemde DBC-zorgproducten. DBC staat voor Diagnose Behandeling Combinatie. Een DBC zorgproduct omvat alle activiteiten die samenhangen met uw diagnose en behandeling binnen een bepaalde periode. De kosten van een DBC product zijn gebaseerd op de gemiddelde kosten van de behandelingen binnen een bepaald DBC zorgproduct. De startdatum van het DBC-zorgproduct is de datum van de eerste zorgactiviteit die heeft plaatsgevonden. De datum waarop de DBC product eindigt, wordt bepaald door vaste regels. De einddatum hoeft niet altijd de laatste dag van de behandeling te zijn, maar is de dag dat de DBC termijn verloopt. Een DBC-zorgproduct kan maximaal 42, 90 of 365 dagen openstaan. Vanaf 2018 wordt dat maximaal 120 dagen. Na afloop van deze periode wordt het DBC-zorgproduct afgesloten en de rekening opgemaakt. Als u langer in behandeling blijft, dan wordt er opnieuw een DBC gestart. De startdatum van de DBC voor de vervolgbehandeling sluit aan op de afsluitdatum van uw voorgaande DBC. De startdatum van de vervolg-DBC is dus niet gelijk aan de eerstvolgende behandeling.

Factuur poliklinische revalidatiezorg

Vanaf 2018 wordt door de overheid transparantie verwacht met betrekking tot de financiële kant van de behandeling. Wanneer u een factuur krijgt wordt daar een prijs weergegeven. De prijs voor de behandeling is door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) bepaald. Zorginstellingen hebben daar niets over te zeggen. In deze gespecificeerde factuur van de medisch specialistische revalidatiezorg , die weergeeft welke behandelminuten u heeft gehad, tegen welke vergoeding. De NZa bepaalt haar prijzen door behandelingen in te delen in groepen, zogenaamde DBC‘s. Daar bepalen zij een gemiddelde prijs voor. Op facturen en vergoedingenoverzichten vindt u de codes voor de DBC die van toepassing was met de bijbehorende prijs die gerekend moet worden.

Transparantie vooraf via offerte

Omdat de vergoeding door zorgverzekeraars steeds verder onder druk is komen te staan vragen wij aan mensen met een arbeidsovereenkomst aan hun werkgever een bijdrage in de kosten te doen. Deze aanvullende re-integratie activiteiten vallen onder de verantwoordelijkheid van de werkgever. De werkgever ontvangt de offerte van de aanvullende re-integratie activiteiten. Deze re-integratie begeleiding is specifiek op maat gemaakt voor een VI traject. Het is niet mogelijk deze kosten te declareren bij de zorgverzekeraar. De opdrachtgever is verantwoordelijk voor de vergoeding van de kosten. Daarom wordt voor de start van de behandeling een offerte voor uw werkgever opgesteld, waarin de re-integratieactiviteiten zijn uitgewerkt.

Wat is een DBC?

Een Diagnose Behandel Combinatie (DBC) is het geheel van alle zorgactiviteiten die nodig zijn om u te behandelen. Dit begint bij de diagnostiek en eindigt na de eindevaluatie. Elk medisch specialisme kent zijn eigen set van DBC‘s . Binnen het specialisme Revalidatiegeneeskunde krijgt u uitsluitend te maken met DBC‘s die betrekking hebben op “poliklinische revalidatiebehandeling”.

Hoe wordt de prijs van een DBC bepaald?

In de Revalidatiegeneeskunde wordt u behandeld door verschillende soorten zorgprofessionals. Toch wordt er voor de bepaling van de DBC geen verschil tussen hen gemaakt. Een poliklinische revalidatiebehandeling DBC is opgebouwd uit een totaal aantal behandeluren, ongeacht door welke zorgverlener deze zijn uitgevoerd. Met de bepaling van de prijs is hiermee namelijk al rekening gehouden. Nagenoeg al deze uren zijn directe uren, waarbij u rechtstreeks contact heeft met een van de behandelaars.

Opbouw DBC

Het DBC tarief is ingedeeld in klassen met elk een bepaalde bandbreedte aan uren: bijvoorbeeld de klassen: 19 uur t/m 49 uur, 49 uur t/m 129 uur. Het exacte aantal uren van uw behandeling maakt daarbij niet uit. Zo is het tarief voor een behandeling van 85 uur gelijk aan dat van 125 uur en voor een behandeling van 19 uur geldt een gelijk tarief als voor 49 uur. Een DBC wordt pas gefactureerd als de behandeling is afgesloten.

DBCjpg

Wie bepaalt de prijs van een DBC?

Het Ministerie van VWS heeft samen met de zorginstituten voor elke DBC een tarief vastgesteld. De prijzen van deze DBC’s zijn dus landelijk bindend vastgesteld en zijn dus voor elk zorginstituut gelijk. De prijzen van DBC‘s zijn te vinden op de website van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) www.nza.nl. Een voorlichtingsfilm over dbc‘s vindt u op http://vimeo.com/65734279. In dit tarief zijn niet alleen de directe kosten van de zorgverleners verwerkt, maar ook alle indirecte kosten van het zorginstituut. Denk hierbij bv. aan huisvesting, administratie, ICT, maar ook aan de noodzakelijke opleidingen en wetenschappelijk onderzoek. Het tarief wordt bepaald op basis van de gemiddelde kosten van al die instituten, verdeeld over alle patiënten met eenzelfde behandeling als u.

NZa+logo

Websites voor meer informatie

Voor meer informatie over een DBC zorgproduct verwijzen wij naar de website: www.nza.nl

Voor meer informatie over zorgkosten verwijzen wij naar de website: www.dezorgnota.nl